Gedwongen terugkeer vreemdelingen verliep in 2021 goed, wel zijn er aandachtspunten


De gedwongen terugkeer van vreemdelingen verliep in 2021 in de regel goed. Wel zijn er verschillende aandachtspunten waar de betrokken diensten aan moeten werken. Zo moet de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) juist en volledig zijn in zijn informatieoverdracht aan de Koninklijke Marechaussee (KMar). De Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) moet onder meer nagaan waarom de dienst vaker hulpmiddelen inzet dan  de KMar.

Vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, moeten het land verlaten. In het geval dat een vreemdeling niet vrijwillig vertrekt, wordt hij onder begeleiding uitgezet. Verschillende partijen[1] zijn daarbij betrokken. Zo is bijvoorbeeld de DT&V verantwoordelijk voor het organiseren van het vertrek. De DV&O regelt het vervoer van het detentiecentrum naar de luchthaven en de KMar begeleidt de uitzetting. De Inspectie van Justitie en Veiligheid (hierna: de Inspectie JenV) houdt toezicht op begeleide terugkeer en publiceert jaarlijks een jaarbeeld Terugkeer.

In 2021 zijn 260 vreemdelingen begeleid uitgezet. De Inspectie JenV hield een vinger aan de pols door bij 16 uitzettingen daadwerkelijk aanwezig te zijn en verder uitzettingsrapportages van DT&V, DV&O en de KMar te bekijken. In het algemeen zijn uitzettingen zorgvuldig voorbereid en uitgevoerd. Wel zijn er volgens de Inspectie JenV aandachtspunten, zoals informatie-uitwisseling over de vreemdeling. Zo kan bijvoorbeeld onvolledige gezondheidsinformatie ertoe leiden dat men in noodgevallen niet weet hoe te handelen. De Inspectie JenV constateerde  bijvoorbeeld dat de DT&V, met name op het gebied van informatie over medische bijzonderheden, fysieke kenmerken en bezittingen, niet volledig is in zijn overdracht aan de KMar.

Verder zag de Inspectie JenV dat in bijna de helft van de gevallen de DV&O de vreemdeling niet op tijd ophaalde bij het detentiecentrum. Dit moet de DV&O verbeteren, want anders bestaat het risico dat de KMar aan het einde van de uitzetting te weinig tijd heeft om de vreemdeling voor te bereiden op de uitzetting.

Tot slot vraagt de Inspectie JenV de DV&O goed te kijken naar de toepassing van hulpmiddelen. Tijdens een uitzetting kan een vreemdeling bijvoorbeeld met, handboeien of andere hulpmiddelen in bedwang worden gehouden. Het valt de Inspectie JenV op dat medewerkers van de DV&O (28% van de gevallen) deze in 2021 vaker inzetten dan medewerkers van de KMar (5% van de gevallen). Vreemdelingen worden met boeien door de DV&O aan de KMar overgedragen. Die verwijdert deze tijdens de intake met de dezelfde vreemdelingen en gebruikt daarna in de meeste gevallen geen hulpmiddelen. De Inspectie JenV wil dat de DV&O nagaat waarom hij meer hulpmiddelen inzet dan de KMar en wil hierover met de DV&O in gesprek.

[1]  Het betreft de volgende uitvoeringsorganisaties: de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel van de politie (AVIM), de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

  • Bron: Inspectie Justitie en Veiligheid
  • Stockfoto
Share
error: Content is protected !!